Focus op: kostenbeheersing Wmo

fotoUit vragen die we binnenkrijgen op de helpdesk blijkt dat veel gemeenten worstelen met de kostenbeheersing binnen de Wmo. De kosten lijken namelijk de pan uit te rijzen. De Wmo bepaalt dat het persoonsgebonden budget (PGB) vergelijkbaar moet zijn met een vergoeding in natura. Veel gemeenten hebben afspraken gemaakt met bepaalde zorgaanbieders: zorg kan daar met korting worden ingekocht. Dat is prettig voor de gemeente, maar niet voor de keuzevrijheid van de belanghebbende. De wetgever vindt het belangrijk dat belanghebbenden - indien gewenst - hun zorg zelf kunnen regelen.

Uitspraken van onder andere de Centrale Raad van Beroep laten zien dat het PGB gelijk moet zijn aan een voorziening in natura: de cliënt moet uit dat budget vergelijkbare zorg kunnen inkopen die hij zonder PGB in natura had ontvangen. Soms kan de cliënt met een PGB ook met korting terecht bij de gecontracteerde zorgaanbieder, maar ook dan is er mijns inziens van keuzevrijheid geen sprake. Ik ben van mening dat de gemeente bij het vaststellen van het PGB rekening moeten houden met het feit dat de cliënt misschien zijn zorg wil inkopen bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Ook als die aanbieder een hoger tarief heeft, zal de gemeente daaraan tegemoet moeten komen.

Hoe kunt u als gemeente de kosten dan toch enigszins onder controle houden? Er is een kleine opening. De cliënt mag weliswaar kiezen voor de door hem gewenste kwaliteit en de gemeente hoort het PGB zodanig aan te bieden dat de cliënt die zorg kan inkopen, maar de Centrale Raad van Beroep laat ook wat ruimte om het tarief een beetje lager vast te stellen. Voorwaarde is dat de gemeente kan aantonen dat voor lagere tarieven zorg kan worden ingekocht van vergelijkbare kwaliteit als de gecontracteerde zorg. Het verdient wel de aanbeveling dit bijzonder goed te motiveren!

Een ander punt waarop de Wmo-kosten onbeheersbaar lijken te worden, is de stroom van aanvragen in verband met zelfredzaamheid en recreatie. De afgelopen tijd heb ik op de helpdesk vragen voorbij zien komen over de meest exotische aanvragen: een zitski, een navigatiesysteem voor blinden en een scootmobiel speciaal voor jachtpartijen. Nu kunt u als gemeente dat soort aanvragen direct afwijzen, maar dan kunt u nog wel eens van een koude kermis thuiskomen. Er ligt namelijk een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die stelt dat recreatie binnen de Wmo belangrijk is. Aanvragen die puur recreatief bedoeld zijn, kunnen dus niet zomaar van tafel worden geveegd. Sleutelwoorden hier zijn 'persoonskenmerken' en 'behoeften'. De gemeente dient met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager rekening te houden. Tot hoever die plicht reikt is moeilijk te zeggen. De rechtbank Zwolle-Lelystad oordeelde dat de aanvraag van een driewieler voor recreatief gebruik niet zomaar zonder onderzoek kon worden afgewezen. De vraag moet steeds zijn: is de activiteit waarvoor een voorziening wordt aangevraagd van dien aard, dat zij als onderdeel van het maatschappelijk leven van belanghebbende dient te worden aangemerkt?

De kosten van de Wmo zijn voor veel gemeenten inmiddels moeilijk te dragen. Een mogelijkheid voor gemeenten om daar iets aan te doen is het vragen van een eigen bijdrage of eigen aandeel. Aan die eigen bijdrage en dat eigen aandeel zijn wel grenzen gesteld: de maximumgrens is natuurlijk de kostprijs van de voorziening, anders zou de gemeente er nog op verdienen. Wellicht kan er ook een inkomensgrens worden gehanteerd. Mensen met een hoog inkomen krijgen geen hulp van de gemeente omdat ze zelf moeten kunnen betalen. Een andere mogelijkheid is misschien het in mindering brengen van de algemeen gebruikelijke kosten - kosten die een persoon zonder beperkingen in dezelfde financiële positie ook zou maken. Of dat, net zoals onder de WVG, in de Wmo is toegestaan is nog niet duidelijk, daarover heeft de Centrale Raad van Beroep zich nog niet uitgelaten.

Voorlopig zult u als gemeente de grenzen nog even moeten blijven aftasten. Dat betekent niet dat u niet alvast creatief kunt zijn met het op touw zetten van algemene voorzieningen. Wat dacht u van een rolstoel- en scootmobielpool, of het verstrekken van voorzieningen in bruikleen (rekening houdende met de keuzevrijheid), zodat ze eventueel kunnen worden hergebruikt? Intussen houden wij bij Schulinck natuurlijk de jurisprudentie in de gaten.

Diana Hermans-Dassen
Vakredacteur Handboek Wmo

zoeken